Vaststellend dat artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bevestigt dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,
Zich ervan bewust dat marteling in veel landen van de wereld wordt beoefend,
Zich ervan bewust dat verschillende rapporten over dergelijke schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden zijn voorgelegd aan verschillende organen van de Verenigde Naties die zich bezighouden met mensenrechten, de Internationale Humanistische en Ethische Unie:
verwerpt het gebruik van elke vorm van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;
verzoekt dat zijn lidorganisaties er bij hun individuele regeringen op aandringen om bestaande internationale verdragen en convenanten te ratificeren, als ze dat nog niet hebben gedaan, die bepalingen bevatten met betrekking tot het verbod op foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; en, voorts, hun respectieve regeringen te verzoeken om te bepalen of enige vorm van foltering of onmenselijke behandeling of bestraffing wordt gebruikt in gebieden onder hun jurisdictie en, als dat het geval is, om alle noodzakelijke stappen te ondernemen om dergelijke maatregelen af te schaffen en te verbieden.
IHEU-congres 1974
'Het gebruik van marteling', Humanists International, World Humanist Congress, Amsterdam, Nederland, 1974